
Het oude huis met dikke muren, luiken voor de ramen en een lange gang. Een lichte houten vloer en er hangt kunst aan beide zijden aan de wand. Werken van bevriende kunstenaars, het is een gang vol kunst met stoelen langs de zijkant, allemaal verschillend en netjes op een rij, zodat je ergens zomaar ergens kunt gaan zitten, halt houden onderweg naar elders in het grote huis, gaan zitten om iets te bekijken er is heel veel te zien je kunt dat doen, als je hier bent, je hebt de tijd om dat te doen.
In de lange gang aan die kant van het huis zijn drie kamers die heel verschillend zijn, elke kamer heeft zijn een eigen specifieke sfeer. De kamer aan het einde rechts is kamer nummer drie, dat is de kamer met behang en uitzicht op de tuin. Met hoge ramen waardoor het licht naar binnen valt, de luiken zoals voor alle ramen in dit huis en in de straat het hele dorp. De luiken aan de buitenkant je kunt ze naar de zijkant klappen, ze met een metalen beugel vergrendelen, zodat ze niet klapperen in de wind het waait vaak hard. Het is een eenvoudig systeem dat al eeuwen uitstekend werkt. En het leuke is, het is een van de vele details in dit huis – de roestbruine metalen beugel die vast zit in de muur heeft de vorm van een vrouwenhoofd. De vrouw klemt hier de luiken vast zodat ze niet klapperen in de wind.
Het huis ontving je en sloot je in haar armen.
Door de kunstgang gaan als het nog donker is en iedereen nog slaapt. Een groen kaarsje in een glas om in de vroege ochtend, op het platteland met nauwelijks straatverlichting, er komt geen licht van buiten, je loopt haast op de tast, niets anders dan een groene kaars om bij te lichten. De lange gang en dan de hoek om tot een zware houten deur. Hij klemt. Er zit een hendel voor. De hendel moet omhoog geschoven worden, dat gaat niet met één hand. Het lichtje even laten rusten op de stenen vloer, eerst was het hout maar om de hoek daar zijn het tegels.
En ja: het huis is groot er zijn ontzettend veel details, het sloot je in haar armen.
De zware deur die klemt, daarna nog een gang, een gang met ramen en aan het eind de keuken waar je staat te wachten tot het water kookt. De nacht die overgaat in dag, je staat te wachten tot het water kookt. Je kijkt. Kijkt naar de overkant naar links, de linkerpoot het huis is in een U gebouwd, het laatste raam, een zwak oranje schijnt naar buiten. Je hebt de kamer net verlaten, de geur van slaap was nog aanwezig.
Je kijkt alsof je naar jezelf kunt kijken. Naar wat er in de kamer met de letters en de woorden – wat daar gebeurt een geheimzinnig procedé het is ontzettend vaag. De woorden en wat gaat erachter schuil, wat zeggen ze, en wat houden ze verborgen. Het is een hele wereld in fragmenten, waarop je vat probeert te krijgen. Je verzint een kort verhaal met personages, je geeft ze zelfs een naam die past bij hun geboortejaar, je had dat opgezocht, daar zijn lijsten van op internet. En hoe vaker je een verhaal vertelt, hoe ronder het wordt, afgesleten als een steen die in het water al zijn hoekigheid verliest. Maar het was geen kort verhaal, het was niet rond. Het was gefragmenteerd, veranderde de hele tijd, op afgescheurde pagina’s met rafelige randen, rafelige zinnen, halve woorden die met potlood werden opgeschreven. De volgeschreven vellen liggen op een stapel, de steen er bovenop, de steen een presse-papier.
Hoe zou je kunnen denken dat er een logica schuilt in de gebeurtenissen die je beschrijft, en dat dit alles helpt de chaos te bedwingen. De chaos en geheimzinnigheid in wat je ziet wanneer je kijkt.
Je probeerde er een foto van te maken. Wat je zag vanuit de keuken wachtend tot het water kookte. Je zag de hoek van het immense huis, de oude muur die zo ontzettend dik, de luiken – oh die luiken – ze waren half geopend, je had ze net geopend toen je wakker werd en één lamp aangedaan. En je zag het alsof je naar jezelf kon kijken. Het grootste diafragma en een lange sluitertijd – maar het bleef vaag, een zwarte vlek een onherkenbaar beeld. De ochtendschemering en nog te donker, het was niet vast te leggen vast te houden wat daar in die kamer, wat er werkelijk gebeurde aan de rand van deze dag en alle dagen het bleef vaag, onzichtbaar slechts een schim, een veeg, een vlek.
Het huis dat je ontving en in haar armen sloot – je ziet het huis.
De dingen die er zijn. Als je in je eentje bent dan kun je beter kijken, je kijkt de hele tijd, naar wat iets maakt tot wat het is zo specifiek. Het huis ontving je maar gaf niet alles prijs, en wat hield ze verborgen in de hoeken en de hoekjes, de gangen en de kamers in de tussenruimte. Het was te groot. De woorden – ze zijn ontoereikend voor het raadsel dat zich in de hoeken in een schaarsverlichte kamer aan de overkant bevindt.

