Pad

Ze zag een pad, hij zat midden op de weg, op het schelpenpaadje waar zij elke week loopt. Een plat, bruin diertje dat heel snel ademhaalde. Van schrik waarschijnlijk, haar komst had hem gestoord. Even hield ze halt: de verbazing, ze zag nooit eerder een pad. Wel kikkers natuurlijk, de groene variant, daarvan zijn er heel veel, het wemelt ervan. Maar een pad, wat deed hij hier, was hij soms verdwaald?
Later, aan het ontbijt. Op zondag, met gekookte eieren, boter in in een hartvormig schaaltje, en rijprode tomaten op een bordje waar een hoekje vanaf is, maar dat toch in gebruik blijft. Ze vertelt dan over de ontmoeting met het beestje en het oudste kind roept het uit. Gauw wordt het boek van zolder gehaald. Bijna valt het uit elkaar, de rug werd geplakt met grijs plakband. Hoe ze er samen uit lazen, telkens weer. De meisjes, ze waren toen nog heel klein – het is tien jaar geleden dat de moeder het kocht. Korte verhalen zijn het, met vaak maar één gedachte, en wél een plot. Daar kan zij nog wat van leren.

Dagen daarna stapt ze uit de trein op een bloedheet verlaten station. De overgang tussen lichaam en lucht is nauwelijks voelbaar. Er is verder niemand, de wereld lijkt verlaten in de hitte. En dan hoort zij dat geluid. Een lage, donkere grom, als van diep uit een keel. Ze houdt stil om te luisteren als het nogmaals klinkt: een holle grauw, in wanhoop geuit. Verderop is een vijver, maar hier is het stoffig en heel droog, geen plek voor dit dier.
Na even zoeken ziet ze hem zitten; de kikker heeft naast het perron in de schaduw een heenkomen gezocht, zijn felgroene lijfje gaat vlug op en neer, en het voorwereldlijke geluid ontsnapt hem steeds sneller. Zij heeft de neiging hem op te pakken en bij het water neer te zetten. Maar dan is hij zelf alweer weggesprongen en ziet ze hem niet meer.

Op een dag is er maar ruimte voor één zin. Hoe ze na een extreem hete nacht – ze lag onder een laken, in een bed apart – nog vroeger is opgestaan. De voordeur staat open om door te waaien, en overal staan spullen, de kampeervakantie nadert nu gauw. En die ene gedachte laat zich niet verjagen; de stilte, de leegte, nu kan het nog. Over hoe een pad en een kikker elkaar vonden aan de ontbijttafel; hoe ze pardoes neerstreken tussen de lege eierschillen en een beker met een restje thee.
Soms vraagt zij zich af wat van waarde is in de vluchtige wereld, en wat er overblijft. Een paar dierbare spulletjes draag je een leven met je mee. Een ketting met vier kleine vogeltjes die van haar tante was. Een oud blik uit een sigarenfabriek, zij bewaart daar haar vullingen in; in zwart en groen en blauw. Maar bovenal is het natuurlijk dit: de verhalen die we elkaar vertellen, voorlezen en voorleven – telkens weer.

* Alle verhalen van Kikker & Pad – Arnold Lobel (Ploegsma, 1979)

Eén gedachte over “Pad”

  1. “They say of nature that it conceals with a great nonchalance, and they say of vision that it is a deliberate gift, the revelation of a dancer who for my eyes only flings away her seven veils. For nature does reveal as well as conceal: now-you-don’t-see-it, now-you-do” (Annie Dillard. Pilgrim at Tinker Greek). Hier moet ik aan denken. En dat je verhaal laat zien hoe wij, als mensen in de natuurwereld in kunnen voegen. Door een pad te zien en een kikker en dan te weten: Kikker en pad! De dieren laten zich even zien, schijnbaar toevallig, en een schat aan verhalen wordt ontsluierd. De danser is de schrijver.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: