
Het ruime hoekhuis staat aan de rand van het dorp. Er loopt een grindpad langs. De studio is achterin de tuin. De vrouw met het witte haar dat als een helm om haar gezicht valt – ze is klein van stuk en vitaal voor haar leeftijd, ze gaat wekelijks naar de gym en heeft geen elektrische fiets. Maar een glas wijn in de avond – ze kijkt schalks uit haar ogen en nodigt de logee uit alsof ze oude bekenden zijn.
En zij, de vrouw die zich spontaan had gemeld, ze was door de regen gefietst en aangekomen in het donker, het grindpad waar één fietsenstandaard staat, een metalen beugel om het wiel in te klemmen – ze tikte op het keukenraam en de oudere cardioloog, want dat was ze geweest, opende de achterdeur. Installeer jij je en kom je daarna, dan drinken we een glas! Ze droeg blauwe Spaanse slofjes, ging met snelle pasjes door de grote keuken, pakte alvast de glazen.
En na de wijn en de verhalen, de cardioloog heeft veel te vertellen haar verhalen rijgen zich aaneen. De jongere vrouw hoeft nauwelijks iets te zeggen en gaapt achter haar hand, daarna is het is al laat als zij haar koffer en haar tas heeft uitgepakt. Dan gaat ze slapen, ze kwam om goed te slapen. Het grote bed met een goed matras, de dekens en lakens, niemand heeft nog dekens en lakens, zo sliep ze als kind, toen er een klein lampje, zo’n oranje ding dat je in het stopcontact stak, het lampje dat geruststellend bleef branden toen zij als kind in haar kinderkamer, ze sliep als een roos.
Maar op dit moment maakt het niet uit wat ze doet of waar ze ligt ze slaapt slecht. Ze ligt wakker en denkt aan een oude vriendin die dezelfde naam heeft als de Topvrouw van het Jaar. Dat stond in het Financieel Dagblad. De Topvrouw van het jaar had er standvastig voor gezorgd dat dit alles, het gelazer dat ons vrouwen treft in deze fase, dat het binnen háár organisatie op de agenda stond; Zij neemt de overgang serieus – dat was de kop boven het artikel.
Wakker liggen in het grote tweepersoonsbed in de studio achterin de tuin, de wind raast er omheen, het huisje dat zo stil en heerlijk is en waar geen rommel is alleen de spulletjes die ze zelf heeft meegenomen maar dat is geen troep, niets wat de eigen orde verstoort. Ze is alleen. De wind de volle maan. Maar ze raakt verstrikt in de losse lakens, wie heeft er in vredesnaam nog losse lakens, de sprei glijdt van het bed ze krijgt het koud ze slaapt slecht ze wordt om acht uur wakker het regent het is al licht dan heeft ze het gemist.
De helderheid en de diepe concentratie die nodig zijn, het vlies dat de dingen en ervaringen omhult en dat nog niet is doorgeprikt doordat iemand iets zegt of doet. De magie van de vroege ochtend – voor haar, voor deze vrouw op dit moment en telkens weer. Het is een sensatie die moeilijk te vatten is of te omschrijven, het is net zoiets als aan de rand van het koude water staan en de eerste zijn die de waterspiegel doorbreekt. Wakker worden als het buiten nog donker is en dat het langzaam, de ochtend kruipt langzaam dichterbij en dat je het ziet, het langzaam ziet gebeuren, als je met een kop koffie die warm aanvoelt in je hand en de schrijfspullen liggen ernaast ze liggen klaar, als je in een groot bed met dekens en lakens en een nachtlampje in de hoek naast een hoge kast met allemaal lades.
Het lampje dat ook hier geruststellend brandt in de nacht als een kleine oranje zon die de weg wijst als ze ’s nachts gaat plassen. Dat hoefde eerder niet maar nu moet ze elke nacht een keer naar de wc. En ze denkt weer aan de vriendin die jarig was op de eerste dag van de herfst, voor ze wegging had ze haar een kaart gestuurd met een roze hortensia als een papieren boeket. Zij is ook een topvrouw, een bevlogen medisch specialist, op haar verjaardag was ze in IJsland om te spreken op een congres. Het is een raadsel hoe zíj dit alles doet, met twee jonge dochters en wat al niet – hoe houdt ze het bij elkaar.
Ze was eruit gegaan en daarna lag ze te wachten. Ze bleef kalm dat bleef ze vroeger niet. Toen ze nog naar het kantoor ging in de grote stad, toen was het de stress die haar wakker hield. Nu ligt ze kalm. Ze weet het hoort erbij. Maar ze weet ook dat ze dan niet, als ze zo moe is – dat ze in de ochtend niet kan schrijven. Ze hoopte dat de slaap nog kwam maar het kwam niet. En hoe dat aanvoelt, als je moe bent, bij het opstaan al zo moe. Dat weet ook de vriendin die in IJsland moet spreken, dat weet elke vrouw in deze fase.

