
Voor hem zijn er de overzichtelijke taakjes: het oudste kind helpen met wiskunde, wegbrengen van glas en papier. Daarna is het afgevinkt en uit zijn hoofd. Dan volgt een ingewikkeld schema van repetities op verschillende locaties, er op tijd te zijn, de muziek te kennen, alles uit het hoofd – daar zitten maanden studie in. Hij heeft zijn eigen verhaal, in zijn hoofd is geen ruimte voor wat er in huis allemaal speelt.
En jouw verhaal is een voortdurende stroom; te horen en zien wat er nodig is, daar niet los van kunnen komen, het is te veel om af te strepen, het houdt nooit op. De mentale hoofdlast is immens, en je wilt het niet, niet steeds. Je luistert de feministische podcasts van de jonge vrouwen die het heel goed weten, hoe je het moet doen, werk en zorg combineren. En je voert je particuliere strijd.
In de nacht lig je wakker, in de nacht is alles erger. Het kind ligt te hoesten, ze hoest al maanden, je maakt je zorgen. Hij ligt ernaast, hij slaapt er doorheen, zoals hij overal doorheen slaapt. En jij kunt er zo slecht tegen, de ontregeling van te weinig slaap. Je bent stik jaloers als je hem de volgende ochtend zo opgewekt en vol energie de straat uit ziet gaan. Je kijkt hem na en voelt je geradbraakt.
En dan heb je er opeens genoeg van. Van de drang, de dwang de plicht. Van gezond koken, elke dag een uur in de keuken. Je telkens zo ontzettend uit te sloven. Iedere week een half uur fietsen voor de verse groente van het land. De oranje mand van de kringloop met hergebruikte zakjes aan de bagagedrager geklemd. Geen spul dat is ingevlogen. Zo vers en zo groen mogelijk, dus niet wat in plastic verpakt in de supermarkt ligt.
Je hebt er genoeg van en zit bij de achterdeur met een klein glaasje wodka, een fles die nog in de vriezer lag, je was het haast vergeten. De heldere stroperige drank die zo heerlijk naar binnen glijdt. Een klein glaasje maar, want hee: het is maandagavond, doordeweeks niet drinken! Niet alleen de inbedding verzorgen maar ook het onberispelijke voorbeeld zijn! Ongezien drinken bij de achterdeur. Je zou een alcoholist kunnen zijn, maar bedwingt die neiging al jaren. En nu is het nodig. De plicht de drang de dwang – het even laten vieren en je daarover niet schuldig voelen.
Je wilt lezen onder een dekentje op de bank, niet meer praten, genoeg gepraat vandaag. Lezen als het kind thuiskomt van de sport. Als ze aan het andere eind van de kamer aan tafel zit en af en toe iets roept. Overdag kun je niet lezen; de verhalen, de boeken – ze staren je beschuldigend aan.
Je wilt boven blijven, het boek nu eindelijk uítlezen. Boven blijven terwijl één kind nog niet naar school is vertrokken. Zij voelt zich niet lekker, het hoesten in de nacht. Moet je er niet even bij gaan zitten vraagt hij, terwijl hij zijn jas dichtritst om te gaan. En nee, je gaat er niet bij zitten, want het boek is nog niet uit, nog 55 pagina’s, en je wilt je daarover niet schuldig voelen.
Je wilt buiten zitten in de voorjaarszon, een dik vest met een patroon van rendieren, het komt uit Zweden. Je zag daar rendieren in het echt, een moeder met twee jongen. Nu is het nog koud, en je draagt het vest over je normale kleren. Ongestoord lezen in de zon. Bijna zestien jaar moeder. Over het schuldgevoel had je niets geleerd.

