Uit de geblokte stof zijn driehoekjes geknipt aan een lint genaaid diagonaal door de kamer.
De lucht is nog kil te koud om op te zitten koude zwarte wintergrond voorjaarsaarde geurt naar oud van binnen broeit het groeit het al.
Verjaardag jaardag taartdag soep koken worteltaart met een dakje van mascarpone.
Hoe taal te vinden voor het vreemde begin een ronde volle buik naakt en zichtbaar voor iedereen snoeren op blote huid geplakt met zuignappen het lichaam een monitor naast het bed.
Van binnen het groeien klaar.
De birthday mother kijkt uit het raam staren, een kind baren zij wist het niet zij wisten niets.
Ze waren in een trein gestapt die niet meer stopte.
Ze denkt aan de groene en roze gebakjes, toen ze thuiskwam lagen ze op een schaal ze kwamen van de banketbakker, in het lege huis slingers van papier felgekleurde tulpen in een vaas.
Verjaardag jaardag taartdag hoe zelfgebakken taart geurt geur van winteraarde gure lucht. Plots nog nachtvorst. Hoe het kind lag te slapen onder een schapenvacht in haar eigen stille wereld.
Dat de lucht al grijs is bij het opstaan. Het is zo guur en de bomen zijn nog kaal. Hun takken zwart afgetekend tegen het grauw erboven, en de zon laat zich de hele dag niet zien.
Dat de ochtend-afwas er om twaalf uur ’s middags nog staat. Vastgekoekte yoghurtresten in witte kommen. Een laagje vies water in de gootsteen. Een stinkend doekje van gisteren ernaast.
Dat alle daadkracht wegvloeit als regen langs het raam. Eindeloos naar buiten staren en tot niks komen. Het leven doet zich saai voor, verveling dreigt. Misschien heeft het te maken met de feministische podcasts die je luistert. Je vraagt je af of je wel goed bezig bent.
Dat je winterthee zet op de eerste dag van de lente. Een beker thee met een klein schaaltje paaseitjes om mee naar boven te nemen. Ze zien er onschuldig uit in hun paarse en roze jasje van aluminiumfolie. Het is de soort met vulling, je propt er vier achter elkaar naar binnen. Ze kauwen zo lekker weg, maar ze zijn te zoet, na afloop ben je misselijk.
Dat schrijven niet lukt omdat het woensdag is. Uit arren moede plak je plaatjes in. Je kocht een schrift in de grootste boekhandel waar je ooit bent geweest, maar het papier is te glad, je kunt er met vulpen niet op schrijven. Plakken gaat wel, met een prittstift. De goedkope lijm laat de foto’s op krantenpapier bobbelen.
Dat de Zanger zegt dat je meer liefde in je knuffels moet leggen, dat je daarop moet oefenen. Dat is belangrijk voor de meisjes als ik er straks niet ben! Je weet niet hoe dat moet, je bent er met je gedachten niet bij.
Dat je haar nog slechter zit dan normaal, het lijkt op een mislukte versie van het kapsel dat je moeder in de jaren zeventig droeg. Er zijn foto’s uit die tijd waarop zij er heel gelukkig uitziet, met jou als baby op schoot. Je ging naar een kapper in de buurt, op de hoek van een straatje achter de markt, het was zomaar een kapper. Wat kan er mis gaan, je hebt een jaar lang je kapsel zelf bijgehouden, dat zag niemand. Nu zit het verschrikkelijk en knoop je een zwarte sjaal om je hoofd om er nog iets van te maken.
Dat je naar een feestje gaat en te veel drinkt. De meisjes hadden gezegd: mama, je gaat gewoon lol maken, wij hebben chips, we vermaken ons wel! En hoe je vervolgens veel te laat thuiskomt, ze hadden geappt en gebeld, en dat het zó laat werd was niet de bedoeling. Ze hadden uren voor de tv gezeten, het bananenbrood was mislukt en de keuken ontploft.
Dat de lucht in de avond nog grijs is, er zijn geen sterren, er is geen maan. Het wordt nu later donker, je bent een week ontregeld. En dat je nog steeds met een extra vest naar bed gaat, en ’s nachts handschoenen zonder vingers draagt. Mogen deze dagen er ook zijn.
Het gaat er nu niet over hoe je vaak gillend door het verkeer gaat. Dat je uit angst dat haar iets overkomt van achteren roept, je roept heel hard, je denkt dat dat nodig is. Pas op, niet zo midden op de weg fietsen, kijk uit voor wat er van links komt, heb je dat wel gezien, kijk nou toch uit! Je deed dat toen ze leerde fietsen, toen ze los van jou voor je uitging naar school – en je bent er nooit meer mee opgehouden. Het gaat er niet over dat je zinnen soms wel drie keer moet herhalen, dat de toon dan verandert, dat je bij de derde keer boos gaat klinken, al wil je dat niet. Dan denk je: nu is dat voor haar de grondtoon, mijn boze stemgeluid komt als eerste bij haar binnen. Je weet het, maar kunt het niet veranderen, je voelt je keer op keer schuldig.
Nu gaat het erover hoe jullie samen naar een voorstelling gingen. Hoe je op een tijdstip dat de dag normaal ten einde loopt, na het eten en de afwas en de vloer in de keuken, je lippen nog stift en iets gezelligs aantrekt. En hoe jullie dan door het donker naar het theater fietsen. Het grote gebouw met glazen wanden die reiken van de vloer tot het plafond, waardoor buiten haast binnen is. Een glazen doos met in rode letters de naam van het theater; het warme licht dat naar buiten straalt.
Naast elkaar op de eerste rij zitten, de acteurs zo dichtbij dat je ze kunt aanraken, zweetdruppeltjes op een bovenlip, een klein laagje schmink dat je zou willen uitvegen. Een voorstelling waarin fantasie de werkelijkheid naar haar hand zet.* De jonge regisseur heeft de decors van karton zelf gemaakt, ’s avonds na de repetities. Het is een ingenieuze constructie, waarmee in een handomdraai steeds een heel nieuwe wereld tevoorschijn wordt getoverd. Een huiskamer wordt een slagveld wordt een dorp wordt de entourage van een bruiloft. Ademloos kijken naar drie acteurs die alle rollen spelen, die het hele toneel vullen. Er is veel te horen, veel te zien. Halverwege wend je je naar links; tijdens een kort moment van rust fluister je zo duidelijk mogelijk in haar oor. Of ze het kan volgen, het verhaal is complex, er is veel gesproken tekst. Ze kijkt je aan alsof je iets doorbreekt, ze antwoordt: niet alles, maar dat geeft niet er blijft genoeg over.
Dan denk je plotseling aan hoe het begon. Je ziet het weer voor je, hoe je aanvankelijk niet naar buiten durfde. Een baby in de wagen met twee roze toestelletjes aan de zijkant van het koppie. Je had zelf nog nooit zoiets gezien. Je was bang voor de vragen, je trok een wit gebreid mutsje over het hoofd, met een touwtje vastgeknoopt onder haar kin, niemand zag iets. Je voelde je sowieso al een amateur in de nieuwe rol die niet meteen paste, en dit maakte het niet eenvoudiger. Tot je op een dag met je baby, dat heerlijke meisje dat zoveel lachte, koffiedronk in de stad. Je zat bij Bagels&Beans, het kind op schoot, haar stevige beentjes op de jouwe. Je zat daar en wist: nu is het genoeg. Het mutsje ging af, de roze toestellen zichtbaar voor iedereen en je bestelde koffie.
Je wilt je haar verhaal niet toe-eigenen, want dat is van haar, en bovendien: ik ben meer dan mijn gehoor hè, ik wil niet dat het daar steeds over gaat. Maar jij hebt er ook een verhaal bij gekregen, jij schrijft het verhaal van de toeschouwer; voor wie plotseling een compleet nieuwe wereld tevoorschijn kwam.
* De Dappere Soldaat van Steef de Jong, met Malou Gorter, Dieuwertje Dir, Rop Verheijen